Het juiste afdichtingssysteem hangt af van de leiding of kabel, de wand of vloer, de opening en de vereiste brand- en rookwerende prestaties. Voor kunststofleidingen zijn bijvoorbeeld manchetten, wikkelbanden en bepaalde grafietkitten beschikbaar. Voor kabels en gemengde doorvoeren kunnen ook mortel, plaatmateriaal, blokken of speciaal doorvoerschuim geschikt zijn.

De productnaam alleen geeft geen uitsluitsel. Het gaat om de complete uitvoering: van leidingisolatie en afdichtingsdiepte tot bevestiging en onderlinge afstanden.

Mag brandwerend purschuim in een doorvoer?

Ja, als het specifieke schuimsysteem aantoonbaar geschikt is voor die doorvoer en volgens de bijbehorende voorschriften wordt aangebracht.

Er bestaan speciale schuimsystemen voor kabel- en leidingdoorvoeren. Promat beschrijft PROMAFOAM-2C bijvoorbeeld als een tweecomponentenschuim op basis van polyurethaan voor bepaalde doorvoertoepassingen. Ook Hilti biedt met CFS-F FX een schuimsysteem voor kabels en gemengde doorvoeren.

Dat betekent niet dat iedere bus met ‘brandwerend’ op het etiket geschikt is. Een product waarvan alleen toepassingen in voegen zijn onderbouwd, mag u niet op basis daarvan ook rond leidingen toepassen.

Controleer daarom waarvoor de documentatie geldt:

  • Doorvoerafdichtingen: hiervoor is NEN-EN 1366-3 een relevante beproevingsnorm.
  • Lineaire voegafdichtingen: hiervoor geldt NEN-EN 1366-4.

Een resultaat voor een voeg tussen bouwdelen bewijst niet de prestatie van een kabel- of leidingdoorvoer.

Bij een bestaande schuimafdichting moet dus eerst worden vastgesteld welk product is gebruikt en of de toepassing is onderbouwd. Alleen de kleur of het uiterlijk van het schuim is daarvoor onvoldoende.

De belangrijkste afdichtingssystemen vergeleken

Deze tabel helpt bij een eerste selectie. Controleer voor de uiteindelijke keuze altijd de documentatie van het concrete systeem.

SysteemMogelijke toepassingenWerking of opbouwBelangrijke controlepunten
BrandmanchetBepaalde kunststof- en composietleidingenEen behuizing met materiaal dat bij verhitting opschuimt en de opening afsluitLeidingtype, diameter, wanddikte, bevestiging en montagezijde
Wikkelband of wrapBepaalde kunststofleidingen en geïsoleerde leidingenOpschuimend materiaal rond de leiding, op de voorgeschreven positieAantal lagen, breedte, positie en combinatie met de overige afdichting
Brandwerende kit of pastaAfhankelijk van het product: kabels, leidingen, kleine openingen en voegenVult en sluit de opening; sommige producten zijn sterk opschuimendProducttype, afdichtingsdiepte, rugvulling en toegelaten doorvoeren
Steenwolplaten met coating of kitKabels, kabelgoten en gemengde doorvoerenEen voorgeschreven combinatie van platen, afdichtmiddelen en eventuele aanvullende voorzieningenPlaattype, dikte, aantal lagen, aansluitingen en behandeling van doorvoeren
Brandwerende mortelBepaalde grotere openingen en kabel- of leidingdoorvoeren in massieve wanden en vloerenEen minerale vulling, eventueel gecombineerd met manchetten, wraps of andere onderdelenVuldikte, ondergrond, ondersteuning en aanvullende voorzieningen
Brandwerende blokken, pluggen of kussensBepaalde kabel- en gemengde doorvoeren, ook waar latere wijzigingen worden verwachtVoorgevormde elementen die volgens een vastgelegde opbouw worden geplaatstSparingsmaat, toegestane doorvoeren, passing en voorschriften voor wijzigingen
Speciaal brandwerend doorvoerschuimBepaalde kabels, kabelbundels en gemengde doorvoerenEen productspecifiek schuimsysteem met voorgeschreven afmetingen en uitvoeringGeschiktheid voor doorvoeren, minimale diepte, afstanden en eventuele extra onderdelen

Fabrikanten bieden hiervoor verschillende systeemopbouwen. Zo beschrijft Nullifire afzonderlijke oplossingen met grafietkit, gecoate steenwolplaten en brandwerende mortel; Hilti biedt onder meer blokken, pluggen en kussens. Deze productgroepen zijn niet onderling uitwisselbaar zonder controle van de toepassing.

Kunststofleidingen: een manchet is niet de enige mogelijkheid

Een kunststofleiding kan bij brand verweken, vervormen of wegsmelten. De afdichting moet rekening houden met de opening die daardoor kan ontstaan.

Een brandmanchet of wikkelband is daarvoor een veelgebruikte oplossing. Maar er bestaan ook andere onderbouwde systemen. Nullifire FS709 is bijvoorbeeld een opschuimende grafietkit met toepassingen rond bepaalde kunststofbuizen. De stelling dat kit nooit geschikt is voor kunststofleidingen is daarom te algemeen.

Kijk bij de selectie verder dan alleen de buitendiameter. Ook het leidingmateriaal, de wanddikte, eventuele isolatie en het gebruik van de leiding kunnen bepalend zijn.

Een toepassing voor een bepaald type pvc-buis geldt niet vanzelf voor een even grote meerlagenbuis. Controleer de betreffende uitvoering in de systeemdocumentatie.

Metalen leidingen: beoordeel ook de isolatie

Metalen leidingen kunnen warmte door een scheidingsconstructie geleiden. Daarom kan naast het afdichten van de opening ook leidingisolatie nodig zijn om de vereiste prestatie te behalen.

Welke isolatie nodig is, verschilt per systeem en toepassing. Controleer:

  • het leidingmateriaal, de diameter en de wanddikte;
  • het type en de dikte van de isolatie;
  • de voorgeschreven isolatielengte;
  • of de isolatie door de afdichting moet doorlopen of juist wordt onderbroken.

Er bestaan ook onderbouwde toepassingen zonder aanvullende isolatie. Een vaste regel als ‘alle metalen leidingen moeten aan beide zijden worden geïsoleerd’ is daarom evenmin juist. De systeemdocumentatie maakt onderscheid tussen verschillende uitvoeringen en prestaties.

Gemengde doorvoeren: beoordeel de hele opening

Bij een gemengde doorvoer lopen bijvoorbeeld kabels, een metalen leiding en kunststofbuizen door dezelfde opening. Controleer dan niet alleen of ieder onderdeel afzonderlijk in de documentatie voorkomt, maar ook of de gezamenlijke uitvoering binnen het toepassingsgebied valt.

Denk aan de onderlinge afstanden, de afstand tot de rand, de toegestane bezetting en eventuele extra manchetten of wraps.

Past de bestaande situatie niet binnen een beschikbare oplossing? Laat dan beoordelen of de inrichting moet worden aangepast of een aanvullende technische onderbouwing mogelijk is. Ook het opdelen van een opening moet bouwkundig en brandtechnisch worden uitgewerkt.

De wand of vloer bepaalt mede welke oplossing geschikt is

Een afdichting is onderdeel van een scheidingsconstructie. Het systeem moet daarom passen bij de wand of vloer waarin het wordt aangebracht.

Controleer vóór de uitvoering in ieder geval:

  1. Constructietype: bijvoorbeeld een massieve wand, lichte scheidingswand of vloer.
  2. Dikte en opbouw: inclusief eventuele eisen aan platen, stijlen en sparingsranden.
  3. Opening: afmetingen, vorm en beschikbare afdichtingsdiepte.
  4. Doorvoeren: materialen, afmetingen, isolatie en onderlinge afstanden.
  5. Montage: bevestigingen, ondersteuning van leidingen en behandeling aan één of beide zijden.

Een toepassing in beton geldt niet automatisch voor een gipswand. Ook een systeem dat vanaf één zijde kan worden aangebracht, moet expliciet geschikt zijn voor die montagewijze.

De beproeving van doorvoerafdichtingen houdt rekening met de wisselwerking tussen de afdichting en de omringende scheidingsconstructie.

Welke documenten tonen aan dat de toepassing klopt?

Vraag om documentatie waarmee de voorgestelde uitvoering herkenbaar te controleren is. Afhankelijk van het systeem gaat het om:

  • Een classificatierapport of relevante Europese technische beoordeling (ETA): voor prestaties en toepassingsvoorwaarden.
  • De prestatieverklaring (DoP), waar van toepassing: voor de verklaarde productprestaties.
  • De montagevoorschriften en het gekozen uitvoeringsdetail: voor de daadwerkelijke opbouw.
  • Een vastgelegde aanvullende beoordeling: als daarop een afwijkende toepassing wordt gebaseerd.

Daarbij hoeft niet iedere toegestane variant afzonderlijk exact zo te zijn getest. Normen kennen regels voor het directe toepassingsgebied en voor onderbouwde uitbreiding van testresultaten. Zo beschrijft NEN-EN 15882-3 hoe uitgebreide toepassingen van resultaten voor doorvoerafdichtingen kunnen worden onderbouwd.

De uitvoering moet binnen dat onderbouwde toepassingsgebied vallen. Een vergelijkbaar product, extra laag kit of andere bevestiging mag niet zonder beoordeling als gelijkwaardig worden beschouwd.

IPLO benadrukt dat een productcertificaat op zichzelf niet bewijst dat de complete constructie voldoet. Ook de toepassing en combinatie van producten moeten kloppen.

Brandwerendheid en rookwerendheid afzonderlijk beoordelen

Een aanduiding zoals EI 60 beschrijft een brandwerendheidsprestatie: vlamdichtheid en thermische isolatie gedurende 60 minuten onder de betreffende beproevingsvoorwaarden.

Daaruit volgt niet automatisch welke hoeveelheid rook bij lagere temperaturen door de afdichting kan lekken. De brandproef volgens NEN-EN 1366-3 is niet bedoeld om dat lekdebiet kwantitatief vast te stellen.

Voor rookwerendheid is het onderscheid tussen twee niveaus belangrijk:

  • Ra en R200 worden gebruikt voor eisen aan de weerstand tegen rookdoorgang tussen ruimten, bepaald volgens NEN 6075.
  • Sa en S200 beschrijven rookdoorlatendheidsprestaties van constructieonderdelen.

Welke eis geldt, hangt onder meer af van de situatie: bestaande bouw, nieuwbouw of verbouw.

Vraag daarom om een onderbouwing van de bijdrage van de doorvoer aan de vereiste rookwerendheid. Daarvoor is niet altijd een aparte rooktest nodig: NEN 6075 biedt, afhankelijk van het onderdeel, verschillende beoordelingsmogelijkheden.

Volg bij de uitvoering de voorgeschreven afwerking. De algemene uitspraak dat bij een brandwerende afdichting ‘een kleine kier mag blijven’ is geen bruikbare montageregel.

Wat controleert u bij een bestaande afdichting?

Een nette afwerking of registratiesticker is een goed startpunt voor onderzoek, maar vertelt niet alles over wat er achter het zichtbare oppervlak zit.

Vraag bij twijfel naar het gebruikte systeem, het uitvoeringsdetail en de beschikbare opleverfoto’s. Laat vaststellen of de afdichtingsdiepte, achterliggende opbouw en eventuele aanvullende voorzieningen voldoende bekend zijn.

Is later een kabel toegevoegd of een leiding vervangen? Controleer dan opnieuw of de gewijzigde situatie binnen het toepassingsgebied valt en of herstel nodig is. Sommige systemen zijn ontworpen voor aanpassingen, maar ook daarbij blijven de uitvoeringsvoorwaarden gelden.

Hoe Grazy helpt bij de systeemkeuze

Bij een opname brengt Grazy Brandwering de doorgevoerde kabels en leidingen, de scheidingsconstructie en de beschikbare ruimte in beeld. Die gegevens vormen de basis voor het selecteren van een passende oplossing.

Voor een controleerbaar opleverdossier zijn vervolgens het gekozen systeem, de relevante technische onderbouwing, de locatie en de uitgevoerde werkzaamheden van belang.

Wilt u laten beoordelen of de afdichtingen in uw gebouw passen bij de aanwezige doorvoeren? Bekijk onze dienstverlening voor brandwerend afdichten van kabel- en leidingdoorvoeren. Deel bij uw aanvraag beschikbare tekeningen, productgegevens en foto’s. Daarmee wordt duidelijker welk aanvullend onderzoek nodig is.

Meer weten over brandwerende afdichtingen?

Doorvoeren brandwerend afdichten met manchetten, wikkelbanden, kit, mortel of andere systemen met een onderbouwde toepassing, zodat de WBDBO van uw brandscheiding intact blijft.

Meer over brandwerende afdichtingen