Compartimentering is een van de meest fundamentele principes binnen passieve brandveiligheid: door een gebouw op te delen in brandcompartimenten en, waar nodig, subbrandcompartimenten, blijft een brand langer beperkt tot de plek van ontstaan en houden vluchtroutes langer stand.

In deze gids leest u wat een brandcompartiment is, hoe groot het mag zijn, hoe compartimentering per type utiliteitsgebouw werkt en waar het in bestaande gebouwen het vaakst misgaat.

Wat is een brandcompartiment?

Een brandcompartiment is het gebied waarbinnen een brand moet blijven. De scheidingen eromheen, dus de wanden, vloeren, deuren en alles wat daar doorheen gaat, moeten de brand een minimale tijd tegenhouden. Die tijd heet de WBDBO, de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag. Bij nieuwbouw is dat tussen twee brandcompartimenten in de regel ten minste 60 minuten. Voor bestaande bouw en bij verbouw gelden andere niveaus; lees daarover WBDBO uitgelegd.

Binnen een brandcompartiment kunnen kleinere eenheden liggen. Een subbrandcompartiment, zoals een woning, beperkt de uitbreiding van brand verder. Bij onder meer woon- en zorgfuncties gelden eisen voor beschermde subbrandcompartimenten. Daarnaast stelt het Bbl eisen aan de weerstand tegen rookdoorgang, bijvoorbeeld rond vluchtroutes. De term ‘rookcompartiment’ komt uit oudere regelgeving.

Hoe groot mag een brandcompartiment zijn?

Dat hangt af van de gebruiksfunctie en van de vraag of het om nieuwbouw of bestaande bouw gaat:

SituatieMaximale gebruiksoppervlakte
Nieuwbouw, uitgangspunt1.000 m²
Nieuwbouw, industriefunctie2.500 m²
Nieuwbouw, logiesfunctie500 m²
Bestaande bouwAfhankelijk van de gebruiksfunctie tussen 1.000 en 3.000 m²

Grotere compartimenten komen voor in bedrijfshallen en distributiecentra. Daarvoor is een gelijkwaardig brandveiligheidsniveau nodig, bijvoorbeeld onderbouwd volgens NEN 6060 (Beheersbaarheid van brand) of NEN 6079. Meestal beoordeelt de gemeente als bevoegd gezag zo’n oplossing, met advies van de veiligheidsregio. Het Informatiepunt Leefomgeving geeft een overzicht van de regels voor brandcompartimenten bij nieuwbouw.

Wordt een groot compartiment later opgesplitst of anders gebruikt, bijvoorbeeld een opslaghal die deels kantoor wordt, dan moet het compartimenteringsplan opnieuw worden bekeken.

De bouwstenen van compartimentering

  • Wanden en vloeren met de vereiste brandwerendheidsduur
  • Deuren en kozijnen die compartimenten scheiden, vaak zelfsluitend
  • Afdichtingen rond kabel-, leiding- en buisdoorvoeren
  • Brandkleppen in ventilatiekanalen die compartimentsgrenzen kruisen
  • Aansluitingen boven plafonds, zoals een doorlopende wand of een brandwerend plafond, als onderdeel van een onderbouwde compartimentsgrens

Samen moeten deze onderdelen de vereiste WBDBO opleveren. NEN 6068 kijkt daarbij naar alle routes, en het traject met de laagste weerstand is bepalend: een wand van 60 minuten met één open kabeldoorvoer haalt geen 60 minuten.

Compartimentering per type gebouw

  • Kantoren: vaak vormt elke verdieping een eigen brandcompartiment. Kritieke punten zijn schachten, kabelgoten door wanden en systeemplafonds die over een scheiding heen lopen.
  • Winkels en winkelcentra: verkoopvloeren worden gescheiden van magazijnen, technische ruimtes en trappenhuizen. Bij elke verbouwing door een huurder ontstaan nieuwe doorvoeren.
  • Scholen: lokalen, gangen en trappenhuizen vormen samen een plan waarin veilige vluchtroutes centraal staan. Werkzaamheden worden meestal in de vakanties gepland.
  • Bedrijfshallen en distributiecentra: grote compartimenten met brandwanden tussen hal, kantoor en technische ruimtes, en bescherming van de staalconstructie waar die moet blijven dragen.

Schachten, plafonds en gevels: de verborgen routes

Brand en rook nemen de weg van de minste weerstand, en die loopt zelden door de wand zelf. In de praktijk gaat het mis op drie plekken:

  • Schachten en leidingkokers. Een schacht die over meerdere verdiepingen loopt, moet per verdieping zijn afgedicht of zelf als brandwerende koker zijn uitgevoerd.
  • Ruimtes boven plafonds en onder verhoogde vloeren. Als een compartimentswand stopt bij het systeemplafond, kan brand er ongehinderd overheen. De compartimentsgrens moet ook boven een verlaagd plafond aantoonbaar doorlopen. Of daarvoor een doorlopende wand, een brandwerend plafond of een andere constructie geschikt is, hangt af van de vereiste prestatie en de onderbouwing van de volledige aansluiting. Een vlamscherm is niet zonder meer voldoende.
  • Gevels. Brand kan langs de buitenkant van het gebouw naar de verdieping erboven overslaan. Ook die route telt mee in de WBDBO.

Veelgemaakte fouten

In de praktijk zien we regelmatig dezelfde knelpunten terugkomen:

  • Doorvoeren die na een verbouwing niet opnieuw zijn afgedicht
  • Brandwerende deuren die permanent worden vastgezet met een wig of haak
  • Verlaagde plafonds waarboven de compartimentsgrens niet aantoonbaar doorloopt
  • Ontbrekend onderhoud waardoor afdichtingen na jaren zijn verouderd of beschadigd

Een enkele onafgedichte doorvoer kan de brandwerendheid van een hele wand tenietdoen. Periodieke controle is daarom net zo belangrijk als de eerste aanleg.

Compartimentering bijhouden in een bestaand gebouw

In een gebouw dat in gebruik is, is compartimentering geen eenmalige prestatie. Elke huurderswissel, elke nieuwe kabel en elk installatieproject kan een compartimentsgrens doorbreken. Drie maatregelen houden het op orde:

  1. Een actuele compartimenteringstekening, met elke brandscheiding en de vereiste WBDBO.
  2. Een vast protocol voor nieuwe doorvoeren: wie een opening maakt, laat die afdichten met een systeem dat binnen het onderbouwde toepassingsgebied valt, en legt het vast.
  3. Periodieke inspectie, met registratie van elke afdichting in een logboek.

Compartimentering ontwerpen: waar te beginnen

Een goed compartimenteringsplan begint met een heldere indeling van het gebouw in logische brandcompartimenten, afgestemd op gebruiksfunctie, vluchtroutes en de aanwezige installaties. Onze consultatie- en beoordelingsdienst is vaak de eerste stap in dit proces.

Veelgestelde vragen

Bij nieuwbouw is het uitgangspunt 1.000 m² gebruiksoppervlakte, voor een industriefunctie 2.500 m² en voor een logiesfunctie 500 m². Voor bestaande bouw liggen de grenzen afhankelijk van de gebruiksfunctie tussen 1.000 en 3.000 m². Een groter compartiment vraagt een onderbouwd gelijkwaardig brandveiligheidsniveau, bijvoorbeeld volgens NEN 6060 of NEN 6079.

Een brandcompartiment is het gebied waarbinnen een brand moet blijven. Een subbrandcompartiment is een kleiner gebied daarbinnen, zoals een woning of een hotelkamer, met een eigen scheiding die de uitbreiding van brand verder beperkt.

Een plattegrond waarop alle brandcompartimenten en subbrandcompartimenten, de vluchtroutes en de vereiste WBDBO en rookwerendheid per scheiding staan. Het is de basis voor inspecties, verbouwingen en controles door de gemeente.

Meer weten over brandwerende scheidingsconstructies?

Brandwerende wanden, systeemwanden en plafonds die uw pand opdelen in beheersbare brandcompartimenten.

Meer over brandwerende scheidingsconstructies