Op vrijwel elk brandwerend product staat een code: EI 30, EI 60, EW 30, R 120. Ze bepalen mede of een product geschikt is voor uw situatie, en toch worden ze vaak verkeerd gelezen. In dit artikel leest u hoe de classificaties zijn opgebouwd en hoe u vaststelt welke prestatie u nodig heeft.

De letters

De classificatie volgt uit de Europese norm NEN-EN 13501-2 en bestaat uit letters die de prestatie beschrijven, gevolgd door een getal in minuten.

LetterStaat voorWat het betekent
RRésistance (draagvermogen)De constructie blijft dragen. Geldt voor dragende delen: kolommen, liggers, vloeren.
EÉtanchéité (vlamdichtheid)Er komen geen vlammen of hete gassen doorheen.
IIsolation (thermische isolatie)De temperatuurstijging aan de niet-verhitte zijde blijft binnen de grenswaarden van de proef: gemiddeld maximaal 140 °C en op geen enkel meetpunt meer dan 180 °C.
WWarmtestralingDe warmtestraling aan de niet-verhitte zijde blijft onder een grenswaarde. Een lichtere eis dan I.
SSmoke (rookdoorlatendheid)Beperkte rookdoorlaat: Sa bij omgevingstemperatuur, S200 ook bij 200 °C.

Het getal is de tijd in minuten dat in de proef aan alle genoemde criteria wordt voldaan. EI 60 betekent dus: zestig minuten zowel vlamdicht als thermisch isolerend, onder de beproevingsomstandigheden van de norm.

EI tegenover EW

EI begrenst de temperatuurstijging aan de niet-verhitte zijde. EW begrenst in plaats daarvan de doorgelaten warmtestraling en is daarmee een lichtere eis. Beide zijn beproevingscriteria. Ze zeggen niet op welke afstand iemand bij een echte brand veilig naast de constructie kan staan.

EW-producten, veelal brandwerend glas, zijn vaak goedkoper, maar niet overal toegestaan. Welk criterium een onderdeel moet halen, volgt uit de eis die op de scheiding staat en de beoordelingscriteria die daarbij horen. Dat is geen keuze die u op prijs maakt.

Welke prestatie is vereist?

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) stelt geen eisen in de vorm van EI-klassen. Het stelt eisen aan de WBDBO: de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen ruimten, bepaald volgens NEN 6068. De classificatie van een wand, deur of afdichting is een bouwsteen in die bepaling, geen vervanging ervan.

Enkele uitgangspunten bij nieuwbouw:

SituatieUitgangspunt bij nieuwbouw
Tussen twee brandcompartimentenWBDBO van ten minste 60 minuten. Het Bbl kent uitzonderingen van 30 minuten, bijvoorbeeld voor een woonfunctie waarvan de permanente vuurbelasting niet meer dan 500 MJ/m² bedraagt en waarin geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 meter.
Naar een aangrenzend perceelBeoordeeld met een denkbeeldig gespiegeld gebouw aan de andere kant van de perceelsgrens. De uitkomst hangt af van de eis, de gevel en de afstand; er is geen vaste waarde per gebouw.
Dragende constructieEen eis aan de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken, afhankelijk van onder meer gebruiksfunctie, hoogte en vuurbelasting.

Voor bestaande bouw en bij verbouw gelden andere niveaus en regels. Welke eis op uw scheiding staat, volgt uit het Bbl, de vergunde tekeningen en het brandveiligheidsconcept van het gebouw.

Let op de notatie EI₁ en EI₂ bij deuren: het subscript verwijst naar de plaats waar de temperatuur aan de niet-verhitte zijde is gemeten. EI₁ is de strengere variant.

Mag een deur een lagere classificatie hebben dan de wand?

Niet omdat de deur een klein deel van de wand beslaat. De WBDBO is geen gemiddelde van wand en deur naar oppervlakte. NEN 6068 kijkt naar alle mogelijke branduitbreidingstrajecten, en het traject met de laagste weerstand is bepalend. De norm zegt dat sinds de aanpassing NEN 6068 + A1:2024 ook expliciet. Een deur van 30 minuten in een directe scheiding waarvoor 60 minuten nodig is, voldoet daarom niet.

Toch komt u in gebouwen met 60-minuteneisen ook deuren van 30 minuten tegen. Dat kan kloppen, bijvoorbeeld als:

  • voor die specifieke scheiding een eis van 30 minuten geldt;
  • het gaat om bestaande bouw waarvoor een ander niveau geldt.

Of een deur voldoet, volgt dus uit de eis voor die scheiding, de beoordelingscriteria en een vastgelegd ontwerp of een WBDBO-berekening die alle relevante branduitbreidingstrajecten meeneemt. Twijfelt u? Laat de route beoordelen voordat u een deur accepteert of bestelt.

De valkuil: een classificatie geldt binnen haar toepassingsgebied

Een classificatie hoort bij een compleet systeem, niet bij een los product. Brandwerend glas met EI 60 haalt die waarde in het kozijnsysteem, met de beglazingsrubbers en het beslag waarmee het is beproefd en geclassificeerd. Dezelfde ruit in een ander kozijn is niet zonder onderbouwing geclassificeerd, ook al is het glas identiek. Hetzelfde geldt voor afdichtingen: het systeem is beproefd in een bepaalde wand of vloer, met een bepaalde opbouw.

Niet elke variant hoeft afzonderlijk te zijn getest. Normen kennen een direct toepassingsgebied en regels voor onderbouwde uitbreiding van testresultaten. Maar de uitvoering moet binnen dat onderbouwde gebied vallen.

Dit is bij controles een veelvoorkomende reden voor afkeuring: op papier klopt het product, maar de toepassing valt buiten het toepassingsgebied.

Niet zeker welke prestatie voor uw pand geldt? Een inventarisatie brengt per scheiding de vereiste en de aanwezige waarde in beeld. Lees ook de uitleg over de WBDBO-eis.

Veelgestelde vragen

Dertig minuten vlamdicht (E) en thermisch isolerend (I) in de brandproef: er komen geen vlammen of hete gassen doorheen en de temperatuur aan de niet-verhitte zijde stijgt gemiddeld niet meer dan 140 °C en op geen enkel punt meer dan 180 °C. EI 60 is hetzelfde gedurende zestig minuten.

EI begrenst de temperatuurstijging aan de niet-verhitte zijde, EW alleen de doorgelaten warmtestraling. EW is daarmee een lichtere eis en vaak goedkoper, maar niet overal toegestaan. Welk criterium nodig is, volgt uit de eis en de beoordelingscriteria voor die scheiding.

Niet op grond van de kleinere oppervlakte van de deur. Volgens NEN 6068 is het branduitbreidingstraject met de laagste weerstand bepalend. Een 30-minutendeur kan alleen voldoen als de eis voor die scheiding dat toelaat. Dat moet blijken uit de eis, het ontwerp of een WBDBO-berekening die alle relevante branduitbreidingstrajecten meeneemt.

Nee, voor het complete systeem binnen het toepassingsgebied van de classificatie. Brandwerend glas haalt zijn classificatie in het kozijnsysteem waarmee het is beproefd. In een ander kozijn is die classificatie niet zonder onderbouwing geldig, ook bij identiek glas.

Meer weten over brandwerende scheidingsconstructies?

Brandwerende wanden, systeemwanden en plafonds die uw pand opdelen in beheersbare brandcompartimenten.

Meer over brandwerende scheidingsconstructies