Wie zich verdiept in brandveiligheidsregels, loopt al snel tegen een muur van afkortingen en normen aan. In dit artikel zetten we de belangrijkste begrippen op een rij.
We beginnen bij wie de regels maakt en controleert, en lopen daarna de begrippen langs die u in adviezen, offertes en inspectierapporten tegenkomt: compartimenten, vluchtroutes, WBDBO, brandwerendheidsklassen en de normen erachter.
Wie bepaalt wat?
- Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bevat de wettelijke eisen voor bouwen en voor brandveilig gebruik. Voor de bepalingsmethoden verwijst het naar NEN-normen.
- Meestal is de gemeente het bevoegd gezag: zij verleent vergunningen, ontvangt meldingen en handhaaft. De veiligheidsregio of brandweer adviseert en kan, afhankelijk van de lokale afspraken en bevoegdheden, betrokken zijn bij het toezicht.
- Certificerende instellingen zoals Kiwa toetsen bedrijven en producten. Een gecertificeerd bedrijf werkt volgens vastgelegde eisen en wordt periodiek gecontroleerd.
- Verzekeraars stellen soms aanvullende eisen, bijvoorbeeld aan sprinklers, aan compartimentering of aan aantoonbaar onderhoud.
Actief versus passief
Actieve brandveiligheid grijpt in tijdens een brand: denk aan rookmelders, sprinklers en blusmiddelen. Passieve brandveiligheid zit in de constructie zelf en vertraagt de verspreiding van vuur en rook.
Een wand, vloer of afdichting heeft geen detectie of stroom nodig om haar werk te doen. Toch staan passieve voorzieningen niet helemaal los van installaties en gebruik. Een branddeur die openstaat op een vrijloopdranger of kleefmagneet, moet bij brand worden vrijgegeven, vaak door de brandmeldinstallatie. Een brandklep moet sluiten, en een deur die met een wig wordt opengezet, beschermt niets. Passieve en actieve voorzieningen vormen samen het brandveiligheidsconcept.
Compartimenten en vluchtroutes
Het Bbl deelt een gebouw op in gebieden met elk een eigen beschermingsniveau. Deze begrippen komt u het vaakst tegen:
| Begrip | Wat het betekent |
|---|---|
| Brandcompartiment | Het gebied waarbinnen een brand moet blijven, begrensd door brandwerende wanden en vloeren. |
| Subbrandcompartiment | Een kleiner gebied binnen een brandcompartiment, zoals een woning of hotelkamer, dat de uitbreiding van brand verder beperkt. |
| Beschermd subbrandcompartiment | Een subbrandcompartiment met aanvullende eisen, onder meer waar mensen verblijven die niet zelfstandig kunnen vluchten, zoals bij bepaalde woonfuncties voor zorg en gezondheidszorg met bedgebied. |
| Beschermde vluchtroute | Een vluchtroute buiten de subbrandcompartimenten, met eisen aan de weerstand tegen brand en rook. |
| Extra beschermde vluchtroute | Een beschermde vluchtroute waarvoor zwaardere eisen gelden, bijvoorbeeld een trappenhuis. |
WBDBO: de kern van compartimentering
WBDBO staat voor weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag: de tijd die het duurt voordat brand van het ene compartiment naar het andere overslaat. Wanden, vloeren, deuren, afdichtingen en doorvoeren moeten samen deze weerstand realiseren.
Naast de WBDBO stelt het Bbl eisen aan de weerstand tegen rookdoorgang, bepaald volgens NEN 6075. De term ‘rookcompartiment’ komt uit oudere regelgeving; het Bbl gebruikt hem niet meer. Rook is bij brand vaak eerder levensgevaarlijk dan vuur, en een scheiding die vlammen tegenhoudt maar rook doorlaat, beschermt vluchtende mensen onvoldoende.
Hoe de WBDBO wordt bepaald en waar het misgaat, leest u in WBDBO uitgelegd.
Een brandwerendheidsklasse lezen
Brandwerendheid wordt bepaald volgens NEN 6069, die voor de beproeving en classificatie aansluit op de Europese normen. Een classificatie bestaat uit letters en een tijd in minuten:
| Letter | Betekenis |
|---|---|
| R | Draagvermogen: de constructie blijft dragen. |
| E | Vlamdichtheid: er komen geen vlammen of hete gassen door. |
| I | Thermische isolatie: de niet-verhitte zijde wordt niet te heet. |
| W | Beperking van warmtestraling, bijvoorbeeld bij brandwerend glas. |
| S | Rookdoorlatendheid: Sa bij kamertemperatuur, S200 ook bij 200 °C. |
| C | Zelfsluitend: de deur sluit zelf, met een cijfer voor het aantal geteste sluitcycli. |
Zo betekent REI 90 dat een vloer in de proef 90 minuten blijft dragen, vlamdicht blijft en isoleert. EI 60 betekent dat een wand of afdichting in de proef 60 minuten vlamdicht en isolerend is. Een deur met de classificatie EI2 30-C5 Sa is 30 minuten brandwerend, zelfsluitend en rookwerend bij kamertemperatuur.
Het verschil tussen EI 30 en EI 60 in de praktijk leest u in EI 30 of EI 60?
Belangrijke normen op een rij
| Norm | Waar het over gaat |
|---|---|
| NEN 6068 | Bepalingsmethode voor de WBDBO tussen ruimtes |
| NEN 6069 | Beproeving en classificatie van bouwproducten op brandwerendheid |
| NEN 6075 | Bepalingsmethode voor de weerstand tegen rookdoorgang tussen ruimtes |
| NEN 6090 | Bepaling van de vuurbelasting van een ruimte |
| NEN-EN 13501-1 | Brandklasse: hoe een bouwproduct zelf bijdraagt aan brand |
| NEN-EN 13501-2 | Europese classificatie van brandwerendheid met de letters R, E, I, S en C |
| NEN-EN 1366 | Serie normen voor brandwerendheid van installatievoorzieningen (afdichtingen, kleppen) |
| NEN-EN 1634 | Brandwerendheid van deuren, luiken en te openen ramen |
Wat betekent dit praktisch voor u?
- Elke doorvoer, deur of wand die deel uitmaakt van een compartimentscheiding moet aantoonbaar de vereiste prestatie leveren
- Een classificatie geldt voor het hele systeem: product én uitvoering, binnen het toepassingsgebied
- Een aanpassing aan één onderdeel kan gevolgen hebben voor de brandwerendheid van het geheel
- Een product is alleen aantoonbaar brandwerend binnen het onderbouwde toepassingsgebied: de beproefde situatie plus de toegestane uitbreidingen, zoals wandtype, leidingtype en maximale opening
- Leg vast wat waar is toegepast, zodat u het bij een controle in één keer kunt aantonen
Twijfelt u of uw pand nog voldoet? De gratis online quickscan geeft binnen een paar minuten een eerste indicatie; een inventarisatie op locatie laat zien wat er werkelijk nodig is.
Veelgestelde vragen
Brandwerendheid gaat over hoe lang een bouwdeel weerstand biedt tegen brand, uitgedrukt in minuten, zoals EI 60. De brandklasse gaat over hoe een materiaal zelf bijdraagt aan brand, van A1 (niet brandbaar) tot en met F.
Bij nieuwbouw is het uitgangspunt 60 minuten. Het Bbl kent uitzonderingen, bijvoorbeeld 30 minuten tussen een woonfunctie en een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert, en een reductie bij een lage permanente vuurbelasting. Voor bestaande bouw geldt in het algemeen ten minste 20 minuten, en bij verbouw het rechtens verkregen niveau.
De gemeente is bevoegd gezag en kan controleren en handhaven, vaak met advies van de brandweer. Ook verzekeraars en certificerende instellingen kijken mee. De verantwoordelijkheid om te voldoen ligt bij de eigenaar en de gebruiker van het gebouw.
Meer weten over brandwerende afdichtingen?
Doorvoeren brandwerend afdichten met manchetten, wikkelbanden, kit, mortel of andere systemen met een onderbouwde toepassing, zodat de WBDBO van uw brandscheiding intact blijft.
Meer over brandwerende afdichtingen


