Wanneer moet u in nieuwbouw afdichten?

Zodra het leidingwerk door een brandscheiding definitief ligt, en voordat de doorvoer achter een plafond, koof of schachtwand verdwijnt. In de praktijk betekent dat meerdere rondes per bouwdeel: na de ruwbouwinstallatie, na de afbouwinstallatie en vlak voor het sluiten van plafonds. Eén ronde aan het eind is zelden genoeg, omdat een deel van de doorvoeren dan niet meer bereikbaar is.

Afdichten per bouwfase

Hoe brandwerend afdichten meeloopt met de bouwfasen.
FaseWat er speeltWat wij doen
WerkvoorbereidingSparingenplan, brandscheidingen op tekening, keuze van leidingmaterialen.Per type doorvoer een systeem voorstellen en de sparingen toetsen aan de voorwaarden van dat systeem.
RuwbouwSparingen in betonvloeren en steenachtige wanden, eerste leidingwerk.Afdichten wat definitief ligt, en open sparingen markeren en registreren.
Installaties en afbouwInstallateurs werken in golven; kabelgoten worden later bijgevuld; lichte scheidingswanden komen erbij.Terugkomen per ronde. Waar later kabels bijkomen, een systeem toepassen dat bijplaatsen binnen de voorschriften toelaat.
Voor het sluitenPlafonds, koven en schachtwanden gaan dicht.Per zone of verdieping afronden en met foto vastleggen, zodat u de zone kunt vrijgeven.
OpleveringOpleverdossier, restpunten, controle door opdrachtgever.Dossier per doorvoer: locatie, systeem, documentatie, datum en foto, in uw format.

Systeemkeuze begint bij het sparingenplan

Een doorvoerafdichting levert haar prestatie alleen binnen het toepassingsgebied van het systeem. Het classificatierapport of de ETA stelt voorwaarden aan onder meer het leidingmateriaal en de diameter, de maat van de sparing, de onderlinge afstand tussen doorvoeren, de afstand tot de rand en de opbouw van de wand of vloer. Volgens NEN-EN 15882-3 kan een toepassing ook buiten de geteste opstelling worden onderbouwd, maar alleen binnen de regels van die norm.

Die voorwaarden passen of passen niet in het sparingenplan. In de werkvoorbereiding is een te kleine afstand of een te grote sparing nog op te lossen met een andere sparingsmaat of een ander systeem. Op de bouwplaats, met het leidingwerk erin, is dat meestal een stuk lastiger. Daarom kijken wij bij voorkeur mee voordat de sparingen vastliggen.

Wie maakt het gat, wie dicht het af?

Op een project met meerdere installateurs is de vraag niet óf er doorvoeren bijkomen, maar wie ze meldt. Leg vooraf vast welke partij de sparing maakt, welke partij erdoor gaat en wie afdicht. Wij adviseren het afdichten van alle disciplines in één hand te leggen: dan is er één partij die de keuze per doorvoer verantwoordt en één dossier, in plaats van een afdichting per installateur met elk een eigen systeem en eigen documentatie.

Een nieuwe doorvoer door een al afgedichte sparing melden we en beoordelen we: valt hij binnen de voorschriften van het toegepaste systeem, of moet de afdichting worden hersteld? Herstel buiten de afgesproken scope melden we vooraf als meerwerk.

Normen en documentatie

Doorvoerafdichtingen worden beproefd volgens NEN-EN 1366-3 (lineaire voegen volgens NEN-EN 1366-4) en geclassificeerd volgens NEN-EN 13501-2, bijvoorbeeld EI 60. De WBDBO tussen ruimten wordt bepaald volgens NEN 6068; het traject met de laagste weerstand is bepalend. Rookwerendheid is een aparte prestatie, bepaald volgens NEN 6075.

Bij de oplevering horen twee soorten stukken: productdocumentatie (classificatierapport of ETA, prestatieverklaring en montagevoorschrift) en uitvoeringsgegevens (locatie, toegepast systeem, datum en foto per doorvoer). Lees meer in brandwerende doorvoeren: eisen en kosten en de WBDBO-eis uitgelegd.