Welke doorvoeringen komen in utiliteitsbouw het meest voor?
| Doorvoering | Aandachtspunt | Gangbare oplossing |
|---|---|---|
| Kabelgoten en kabelladders | Grote bundels, en er komen later vaak kabels bij. | Gecoate steenwolplaten of brandwerende kussens of blokken, volgens de voorgeschreven opbouw. |
| Kunststof afvoer- en hemelwaterleidingen | Het materiaal verweekt bij brand en laat een open gat achter. | Brandmanchet of wikkelband; voor bepaalde leidingen een daarvoor onderbouwde kit. |
| Metalen leidingen (sprinkler, verwarming, koeling) | Metaal geleidt warmte naar de andere zijde; de isolatie telt mee. | Afdichting met de isolatie zoals het systeem die voorschrijft, vaak over een bepaalde lengte aan weerszijden. |
| Gemengde sparingen | Kabels, goten en leidingen samen in één opening. | Een combinatieafdichting, bijvoorbeeld gecoate steenwolplaat met manchetten, die voor de hele combinatie is onderbouwd. |
| Ventilatiekanalen | Het kanaal zelf moet de scheiding niet verzwakken. | Een brandklep of een brandwerend kanaal; de ruimte rondom volgens het montagevoorschrift van de klep. |
Lees meer over de keuze tussen systemen in brandmanchet, kit, mortel of purschuim en over kleppen in brandkleppen.
Lichte scheidingswanden en systeemplafonds
Veel brandscheidingen in kantoren en zorggebouwen zijn metal-stud wanden met gipsplaat. Een afdichting in zo'n wand moet zijn onderbouwd voor die wandopbouw: de dikte, het aantal plaatlagen en soms de vulling van de wand. Een systeem dat getest is in een betonwand, geldt niet automatisch in een gipsplaatwand.
Daarnaast moet de scheiding zelf doorlopen. Een compartimentsgrens die stopt bij het systeemplafond ligt erboven open, hoe goed de doorvoeren ook zijn afgedicht. Bij de opname kijken we daarom ook boven het plafond en onder de verhoogde vloer. Meer daarover in brandcompartimentering in utiliteitsgebouwen.
Huurdersinbouw en latere wijzigingen
In een kantoor- of bedrijfsgebouw is de oplevering van het casco zelden het einde. Bij huurdersinbouw en latere aanpassingen komen er nieuwe kabels en leidingen door bestaande brandscheidingen. Of een kabel door een bestaande afdichting mag worden bijgelegd, hangt af van de voorschriften van het systeem.
Wie dat voorziet, kiest op plekken waar later veel verandert een systeem dat bijplaatsen toelaat, en legt elke afdichting vast met een nummer en een foto. Dan is bij elke wijziging na te gaan wat er zit en wat er mag. Dat is de basis van ons digitaal logboek.
Normen voor doorvoeringen
Doorvoerafdichtingen worden beproefd volgens NEN-EN 1366-3 en geclassificeerd volgens NEN-EN 13501-2; NEN-EN 15882-3 beschrijft hoe uitgebreide toepassingen worden onderbouwd. Brandkleppen hebben hun eigen normen (beproeving volgens EN 1366-2, productnorm EN 15650). De WBDBO tussen ruimten volgt uit NEN 6068, rookwerendheid uit NEN 6075. Welke WBDBO een scheiding moet halen, staat in het brandveiligheidsconcept; wij werken vanuit de tekeningen en het concept dat u aanlevert.

